Beekstraat 33, Epe
Telefoon: 0578-613710
[Sitemap]

Ds. F.J.Th. Schipper

Christus tussen de dogma's

"Zegt dat jullie nog iets: Christus was rijk, maar Hij is arm geworden om ons rijk te maken ?" Een ongewone vraag op een bijeenkomst van pastores. In de loop van een jaar kan ik heel wat ontmoetingen met collega's bezoeken: landelijke van de predikantenbond, regionale in gereformeerd of protestants verband en een oecumenisch 'convent' hier in Epe. De samenkomsten vind ik niet allemaal even geslaagd. Het gebeurt zo gemakkelijk dat men zich verschuilt achter klaagzangen over tochtige pastorieën, stoere verhalen over het aantal belijdeniscatechisanten of het etaleren van belezenheid. Soms wordt er begonnen met een preek van ettelijke kantjes. Maar die ochtend ging het anders. De collega die de opening verzorgde, las één vers, 2 Corinthe 8: 9. Daarin staat: "Tenslotte kent u de liefde die onze Heer Jezus Christus heeft gegeven: hij was rijk, maar is omwille van u arm geworden opdat u door zijn armoede rijk zou worden." De eenvoudige vraag bij deze tekst was wat deze woorden ons persoonlijk te zeggen hebben.
Nu beseften we als theologen dat er achter die tekst een hele wereld schuilgaat. Waar staat geschreven dat Gods Zoon eerst rijk was en toen arm is geworden, wordt erop gezinspeeld dat Hij er al was lang voor Hij in Bethlehem ter wereld kwam. Hij was bij God in de hemel, maar heeft de goddelijke rijkdom opgegeven om een arm mensenkind onder de mensen te worden.
Op die gedachtegang is een hele tak van de dogmatiek gebaseerd. Op de bijeenkomst van predikanten klonken wel even enkele termen die daarbij horen: incarnatie en pre-existentie, de Logos asarkos en de Logos ensarkos... Maar iedereen had goed gehoord, dat de vraag niet was 'wat weet je erover?' maar 'wat zegt het je persoonlijk?' En toen de eerste zich kwetsbaar durfde op te stellen, volgden de anderen. Er klonken uitspraken als "Het raakt me heel diep dat God zo van ons heeft gehouden dat Hij er mens van is geworden." Iemand uitte zijn blijvende verwondering over de mogelijkheid om in Jezus, een mens als wij, God zelf te ontmoeten." En ook werd er gezegd: "In de tekst treft me hoe Jezus bewust en vrijwillig de keuze heeft gemaakt om alles op te geven voor het welzijn van de mensen. Wat een moed!" Een van ons vertelde over een moeilijke periode die hij had doorgemaakt waarin hij het zicht op God soms had verloren, maar God niet het zicht op hem.
Dogma's hebben tegenwoordig een slechte naam. Veel gelovigen hebben er een afkeer van. Dat is wel te begrijpen. Al te vaak hebben theologen met hun leerstelligheden de indruk gewekt op formule te kunnen brengen wat ons begrip te boven gaat. Al te vaak zijn de dogma's gebruikt als meetlat om te bepalen of iemand goed genoeg geloofde. Maar oorspronkelijk zijn ze niet bedoeld om God en mensen vast te pinnen. Integendeel: ze willen juist ruimte geven. Het zijn de lijnen van een groot speelveld. Op dat veld bewegen we ons rond dat wat God over zichzelf vertelt in de bijbel. De lijnen zorgen ervoor dat we ons daarbij oriënteren op Jezus, maar ze laten ons veel vrijheid. Ze zijn onder woorden gebracht, omdat het soms beter is om iets te stamelen over Gods onbegrijpelijke liefde dan om die te verzwijgen. Ze zijn gegroeid uit indrukwekkende ervaringen met Hem.
Het is prachtig om te zien hoe zulke ervaringen ook in onze tijd ontstaan. Zelfs bij mensen die door hun studie en beroep wel eens vergeten de luiken open te zetten voor de Heilige Geest. Het moet er wel mee te maken hebben dat de Heer een levende God is. Hij dringt tot ons door om levend geloof en warme wederliefde in ons te wekken. Hij gaat de Bijbelteksten en dogma's te boven, maar raakt ons ook telkens weer zó dat we wel over Hem moeten vertellen. Gods Woord is mens geworden en uit zich juist daarom keer op keer in menselijke taal.

F.J.Th. Schipper

[naar boven]

Blauwe streep


Ds. A.M. v.d. Wetering

Met passie op weg naar Pasen

    Mooi woord: passie.  ‘Helemaal 2012’,  zeggen we dan. Want de tijd dat we dingen uit gewoonte deden is voorgoed voorbij. ‘Ik ben buschauffeur’. ‘Waarom?’.  ‘Ja, je moet je geld toch ergens mee verdienen, ik reed eerst op een vrachtwagen, maar dat bedrijf ging failliet’.  Kom, kom, met zo’n verhaal kun je op een verjaardag niet voor de dag komen.  ‘Rijden is mijn passie’,  kijk dat klinkt al beter, ‘ als ik mensen op hun bestemming heb gebracht, dan is mijn dag weer goed’. Gelooft u het?  Laatst wist een chauffeur mij bijna te overtuigen: hij riep bij iedere halte waar iemand uitstapte vrolijk ‘alstublieft’!  Ik vond het een mooie actie en had hem bijna willen vragen mij even thuis voor de deur af te zetten…   Dank u wel!
    Passie is verwant met bevlogenheid, las ik. En bevlogenheid staat voor ‘een positieve gemoedstoestand van opperste voldoening ten aanzien van werk, die wordt gekenmerkt door vitaliteit, toewijding en absorptie’. Je gaat er helemaal in op, zeg maar. ‘Van mijn werk word ik niet moe, dáár krijg ik  juist energie van’, hoor je mensen  wel  zeggen. Dat moet dan ook in je genen zitten, denk ik wel eens vertwijfeld als ik na een lange, en zondermeer boeiende dag, meteen naar boven loop om te gaan slapen...
    Passie is lijden, schreef dr. Den Hertog laatst in een column in het ND, waar ik vrijelijk uit citeer. Dat is een ander geluid. Het Griekse woord paschein, staat aan de wieg van ons woord ‘passie’. Ik moet lijden, heeft Jezus zijn discipelen laten weten. Het kon niet anders. Iets was van buitenaf zijn leven binnengekomen en nam hem in beslag. Het was Gods liefde voor de mensen, een liefde die hij deelde.  Hij weet wat hij doet, hij kiest zijn weg zelf, maar  worstelt met wat hem te wachten staat. We zien hem zelfs moe en verdrietig. Als het kan, zou hij een andere weg willen gaan. . 
    Hij was er dus zeker niet op uit ‘opperste voldoening’ te vinden. Onze vrijheid was hem zijn leven waard! Is dat niet kenmerkend voor ware passie, dat je daarmee niet jezelf op het oog hebt, maar de ander. Als je steeds weer nieuwe dingen moet zien te vinden die het leven inhoud geven, word je op den duur moe van jezelf, ondanks ‘ de flow’ waar je in meende te zitten. Als je iets voor een ander doet, blijf je langer op de been, kun je dieper gaan, omdat niet voldoening, maar het leven van die ander jouw diepste motivatie is.
    Passie mag dan een modewoord zijn. Het is niet nieuw. Sinds Jezus de weg van het lijden is gegaan zet de christelijke gemeente met passie zijn werk voort. Dat kan pijn doen, veel van ons vergen, en soms meer kosten dan het schijnt op te leveren. We kunnen niet anders! Sinds Gods ons hart heeft veroverd met zijn liefde voor de mensen heeft hij ons enthousiast gemaakt ( en theos = in God).
    Met Passie op weg naar Pasen…

A.M. van de Wetering

[naar boven]

[Terug naar Activiteiten]